Afl. 2/4: Rembrandt. In 1631 verruilt Rembrandt Leiden voor Amsterdam. Daar valt hij gelijk op binnen de kunstwereld. Vanwege zijn totaal vernieuwende manier van schilderen én als slim ondernemer. De podcastserie in het Rijksmuseum is powered by ING.
Wanneer Rembrandt zich in 1631 in Amsterdam vestigt, komt hij terecht in een bruisende stad. De hoofdstad van de Republiek der Nederlanden is één van de belangrijkste steden van Europa. Vermogende kooplieden besteden hun geld aan de bouw van grachtenpanden, stijlvolle kleding en kunst. Rembrandt groeit al snel uit tot dé portrettist van de elite. Iedereen valt voor zijn originele en onorthodoxe manier van schilderen, óók Marten en Oopjen.
‘De Rembrandt Podcast’ is een vierdelige serie van ‘In het Rijks’, gemaakt door het Rijksmuseum. Annechien Steenhuizen reconstrueert het levensverhaal van Rembrandt van Rijn samen met Jaap Godrie, Erik Hinterding, Pieter Roelofs en Susan Smelt – allen verbonden aan het Rijksmuseum. Meer informatie vind je op rijksmuseum.nl/podcast.
De podcastserie in het Rijksmuseum is powered by ING.
00:00:00
Jaap Godrie: De Republiek in de 17de eeuw was een ongelooflijke competitieve commerciële markt. Dat betekende heel goed nieuws voor schilders, want er was veel vraag. Veel mensen hadden genoeg geld en interesse om een schilderij te kopen. Het was ook heel moeilijk, want je had heel veel competitie. Vanuit landen rondom de Republiek komen getalenteerde schilders naar bijvoorbeeld Amsterdam of Leiden om daar ook hun werk te verkopen. De jonge Rembrandt, die nog in Leiden woont, moet een manier zoeken om zijn positie in de markt te veroveren. Dan ben je een ondernemer.
00:00:35
Annechien Steenhuizen: Je hoort Jaap Godrie. Hij is een van de experts van het Rijksmuseum, met wie ik op zoek ben naar de magie van Rembrandt. Dit is 'In het Rijks' met de Rembrandt-podcast. In deze tweede aflevering horen we hoe Rembrandts roem tot grote hoogte stijgt. Mijn naam is Annechien Steenhuizen. In de vorige aflevering hoorde je hoe de carrière van de jonge Rembrandt in een stroomversnelling raakt. In 1631 - hij is dan 25 - verruilt hij zijn geboorteplaats Leiden voor de hoofdstad Amsterdam.
00:01:16
Pieter Roelofs: Hij komt echt in een booming stad. Er is geen stad met een grotere energie en groei dan Amsterdam op dat moment in tijd in Europa.
00:01:25
Annechien Steenhuizen: Dit is Pieter Roelofs, een van de Rembrandt-experts van het Rijksmuseum.
00:01:28
Pieter Roelofs: Het is een stad waar je mensen en producten vanuit de hele wereld tegenkomt, waar het een komen en gaan is van schepen, lieden, noem het op, en waar ook de grootste talenten als het gaat om de kunsten samenkomen.
00:01:45
Annechien Steenhuizen: Rembrandt heeft niet direct een eigen huis en werkplaats in Amsterdam, maar komt in contact met een kunsthandelaar die hem in dienst neemt.
00:01:53
Pieter Roelofs: Hendrick Uylenburgh is een van de meest succesvolle kunsthandelaren in Amsterdam op dat moment. Het is een soort droomontfermer die Rembrandt krijgt. Iemand die echt zorgt ook dat hij in aanraking komt met een heel breed en welvarend netwerk.
00:02:09
Annechien Steenhuizen: Hoe gaat dat tussen die twee?
00:02:12
Pieter Roelofs: Ik denk dat Uylenburgh ook ervoor zorgde dat Rembrandt meteen werkruimte heeft. Hij komt in de Sint Antoniesbreestraat, de tegenwoordige Jodenbreestraat terecht. Het is op dat moment bijna een soort meubelboulevard in de kunsten. Het klinkt gek, maar wat je zag, is dat er allerhande verschillende disciplines naast elkaar waren. Dé plaats waar je als kunstenaar moest zijn, de verbinding tussen de Nieuwmarkt en uiteindelijk Utrecht. Daar kwamen heel veel mensen de stad binnen. Daar zaten veel kunstenaars bijeen, maar ook verzamelaars waren daar in de directe omgeving. Een soort hub aan energie die daar zit. Daar maakt Uylenburgh heel goed gebruik van, ook door jonge kunstenaars aan zich te verbinden. Het is ook de omgeving waar eerder Lastman woonde, die Rembrandt al redelijk goed kende vanuit zijn eerdere verblijf in Amsterdam.
00:03:05
Annechien Steenhuizen: Die kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh stond in eerste instantie bekend om het produceren van portretten. Wacht even, wilde Rembrandt niet historisch schilder worden? In de vorige aflevering hoorden we dat hij in de leer ging bij Lastman, dé grote historisch schilder van die tijd. In Leiden verdiende hij daar ook zijn geld mee. Waarom stapt hij over naar een ander genre?
00:03:28
Pieter Roelofs: Blijkbaar is daar ook ruimte voor Rembrandt om zich te ontwikkelen. Wat Rembrandt doet, is dat hij de verhalende kracht van zijn historievoorstellingen projecteert op zijn portretten. Hij maakt zijn portretten verhalend. Dat doet hij met licht, kleur en beweging. Dat heeft niemand gedaan tot dat moment. Hij brengt iets nieuws. Hij voegt iets nieuws toe aan een genre. De hele avant-garde van Amsterdam valt in katzwijm voor wat die jonge vent uit Leiden daar neerzet.
00:03:58
Annechien Steenhuizen: Daar zullen die andere kunstenaars in diezelfde straat wel een beetje met moeite naar hebben gekeken, denk ik.
00:04:04
Pieter Roelofs: Je ziet ook wel dat ze...
00:04:06
Annechien Steenhuizen: Jaloezie.
00:04:07
Pieter Roelofs: Zouden we maar weten hoe dat precies eruitgezien heeft in die tijd.
00:04:12
Annechien Steenhuizen: De concurrentie was groot in die tijd.
00:04:14
Pieter Roelofs: Ja. De concurrentie was enorm, maar het was ook een gigantische rijke kunstmarkt. De vraag was enorm. Het aanbod was groot. Het is een tijd waarin kunstenaars zich bijna hyperspecialiseren. Je bent of landschapschilder of stillevenschilder of portrettist. Rembrandt begint vrij snel al de verschillende typen schilderkunst naast elkaar uit te oefenen, waardoor je ook ziet dat het een multitalent is. Hij schakelt net zo makkelijk van schilderkunst naar etskunst of naar tekeningen als van landschap naar portret en weer naar historische schilderkunst, maar die portretten zijn het eerste veld waar hij meteen grote naam maakt in Amsterdam.
00:05:03
Annechien Steenhuizen: Twee van de allerbelangrijkste portretten uit zijn oeuvre schildert Rembrandt in deze periode. Het zijn huwelijksportretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Hij legt ze op unieke wijze vast.
00:05:16
Pieter Roelofs: Ten voeten uit, vollengteschilderijen, ambitieus zoals ze alleen maar voor koningen, rijke edelen of bisschoppen in Europa geschilderd waren tot dat moment. Die jonge Rembrandt is dan 28 en maakt plotseling dit soort schilderijen van de rijken in de stad zelf. Marten is de zoon van een suikerraffineerder, is echt nieuw geld, als je dat zo mag zeggen. Oopjen komt uit een meer traditioneel gezin van bestuurders, regenten. Die twee trouwen met elkaar net vóór 1634, het moment dat Rembrandt zijn portretten maakt en laten ook de ambitie zien die uitgaat van hen. Hij is 20 en zij is 22 als die portretten geschilderd worden. Je zou het bijna vergeten. Met deze schilderijen laten ze meteen zien dat ze ook tot die nieuwe generatie welgesitueerden in Amsterdam behoren.
00:06:13
Annechien Steenhuizen: Het paar is bijzonder vanwege het monumentale formaat en de manier waarop Oopjen en Marten ten voeten uit zijn vastgelegd, maar dat is niet het enige volgens Jaap.
00:06:22
Jaap Godrie: Dit zijn op allerlei manieren unieke schilderijen voor Rembrandt. Het is het enige voorbeeld überhaupt van pendanten, waarbij hij het paar ten voeten uit schildert. Wat ik er zo interessant aan vind, is dat je twee mensen ziet die zich heel erg uitbundig kleden. Als je even de tijd neemt om naar Marten te kijken: je zult zo iemand tegenwoordig op straat zien voorbijkomen. Dat is enorm excentriek.
00:06:43
Annechien Steenhuizen: Als we hem in 1634 zien op straat, wat denk je dan?
00:06:48
Jaap Godrie: Dan denk je nog steeds: wat een aansteller! Wél: sjongejonge, die heeft het echt goed voor elkaar. Dit is heel duidelijk een hele modieuze manier om je rijkdom te tonen. Dit gaat over echt je best doen om die rijkdom en die status te tonen. Het is bijna een onmogelijke opdracht om iemand die zo overdadig gekleed is en er zo overdadig bijstaat in een soort van evenwichtige manier te tonen. Als je naar het portret kijkt, is het niet overdreven. Het klopt. Je accepteert het als kijker. Je vindt Marten ook geen vervelende vent. Je denkt niet: wat loopt hij nu te pochen. Je krijgt sympathie voor hem en je gaat een relatie met hem aan. Dat heeft Rembrandt voor elkaar gekregen door een soort contrast te laten zien. Je ziet iemand die heel overdreven gekleed is, maar in de verf, in hoe Rembrandt hem toont, is het heel erg ingetogen. Er zit zo goed als bijna geen kleur in. De enige uitzonderingen van het zwart en het wit zijn hele subtiele bruintinten in de tegels en de huidskleur.
00:07:54
Annechien Steenhuizen: En de hak van de schoen.
00:07:55
Jaap Godrie: En de hak van de schoen. Daarmee bereikt Rembrandt twee dingen tegelijkertijd. Ten eerste zorgt hij ervoor dat de uitbundige kleding een beetje geneutraliseerd wordt, waardoor het acceptabel en ook prettig is om naar te kijken. Ten tweede zorgt hij er daardoor voor dat alle aandacht, ondanks die enorme roos op zijn schoenen, toch naar het gezicht gaat, want daar gaat het uiteindelijk om. Het gaat om wie die kleding draagt.
00:08:18
Annechien Steenhuizen: En als we kijken naar Oopjen?
00:08:20
Jaap Godrie: Over Oopjen is heel veel geschreven, met name ook over haar uiterlijk en dan niet alleen de enorme uitbundige kleding. Het is dan wel zwart en wit, wat ingetogen overkomt, maar als je kijkt naar de stoffen en de details op haar kleding en trouwens ook de sieraden, dan is dat echt uitzonderlijk. Het gaat ook heel erg over haar gezicht. Daar gaat bijna een soort melancholie van uit. Dat gezicht heeft iets heel iets poëtisch. Dat is heel knap van Rembrandt dat hij dat heeft gevangen.
00:08:54
Annechien Steenhuizen: Hoe heeft hij dat gevangen, denk je?
00:08:55
Jaap Godrie: Als je inzoomt op haar gezicht en goed gaat kijken hoe hij haar huid heeft geschilderd, hoe die blik is geschilderd, zie je dat er een enorme subtiliteit in de kleur zit. Om een voorbeeld te noemen: als je kijkt naar haar huid, zitten daar prachtige, bijna blauwe partijen in. Die worden dan naast juist wat meer rode, warme tinten geplaatst, waardoor je een heel subtiel spel krijgt van warm en koud op haar huid. Dat heeft bijna de weerschijn van een parel, alsof je bijna door haar huid heen kan kijken en je het bloed door de aderen ziet stromen. Dat maakt dat het geen masker is waarnaar je kijkt, maar dat het heel erg menselijk is.
00:09:35
Annechien Steenhuizen: De portretten van Marten en Oopjen hebben eeuwenlang in privéwoningen gehangen. Toen ze een aantal jaar geleden terechtkwamen bij het Rijksmuseum, waren de werken toe aan restauratie. Vanuit het museum was Susan Smelt een van de restauratoren die Marten en Oopjen weer in hun volle glorie heeft hersteld. Het gaf haar een unieke kans om een van Rembrandts sleutelstukken minutieus te bestuderen.
00:09:58
Susan Smelt: In deze twee schilderijen probeert hij nog preciezer te schilderen. Je ziet al wél een soort aanzet tot zijn latere tijd. Waar Rembrandt heel bekend om is, is dat hij impastorijke schilderijen maakt. Impasto is een hele dikke verf, die driedimensionaal opstaat van het oppervlak. Als je langs de zijkant naar het schilderij kijkt, zie je dat die verf omhoog staat. In zijn latere schilderijen deed hij dat heel veel. In die vroege schilderijen van bijvoorbeeld Marten en Oopjen zie je dat op sommige plekken al terugkomen. Bijvoorbeeld in die rozetten van Marten en Oopjen op hun schoenen heeft hij hele dikke verf gebruikt, maar daar zit het nog op het oppervlak.
00:10:41
Annechien Steenhuizen: Maandenlang zat Susan met haar neus bovenop Marten en Oopjen. Zo ontdekte ze hoe Rembrandt zich wist te onderscheiden van andere grote kunstenaars uit zijn tijd.
00:10:50
Susan Smelt: Op de mantel van Marten zat een heel moeilijk te verwijderen laag, die door een restaurator vóór ons was aangebracht en heel bruin en ondoorzichtig was geworden. Het was heel moeilijk om van het schilderij af te halen. Dat kon alleen maar op bepaalde plekken, bijvoorbeeld op die mantel van Marten. Die heeft hij om zijn schouder heen geslagen. Die laag was ik onder een microscoop aan het verwijderen. Terwijl ik die eraf haalde, kon ik heel mooi die penseelstreken van Rembrandt zien. Marten heeft een soort krijtstreeppak aan met zwart-witte lijntjes. Als je onder een microscoop kijkt, is geen enkel lijntje hetzelfde. Elk lijntje heeft hij weer anders gemaakt met een net iets andere kleur, iets grijzer, iets witter, iets zwarter. Hij zet er kleine stipjes in. Hij smeert er nog een keer doorheen terwijl de verf nog nat was. Dat was echt zo'n feestje om te mogen doen.
00:11:42
Annechien Steenhuizen: Dat is ook wat hij doet met die kanten kraag. Op een afstand denk je dat het een geordende kanten kraag is, maar dichtbij is het een totale chaos.
00:11:51
Susan Smelt: Vooral bij die kraag lijkt het bijna alsof hij aan het schrijven is met zijn penseel. Zoals wij heel gewend zijn om makkelijk te schrijven, zo snel doet hij dat met zijn penseel. Dat is iets wat bijna in hem zit, wat hij heel goed kan.
00:12:13
Annechien Steenhuizen: Zakelijk gaat het Rembrandt voor de wind. Hij schildert de crème de la crème van Amsterdam en omstreken en wordt gezien als de allerbelangrijkste portrettist in de grote stad. Ook privé gaat het goed. Pieter Roelofs.
00:12:25
Pieter Roelofs: Precies op het moment dat hij zijn portretten van Marten en Oopjen schildert, ontmoet hij Saskia Uylenburgh. Dat is een nichtje van Hendrick, zijn zakenpartner, zou je bijna kunnen zeggen al op dat moment. Ze komt uit Friesland, uit een gegoede familie ook. Ze is een burgemeestersdochter. In 1634 trouwen beiden ook.
00:12:47
Annechien Steenhuizen: Ze trouwen in Friesland, in Sint Annaparochie. Na de bruiloft komt Saskia mee naar Amsterdam.
00:12:54
Pieter Roelofs: Dan wonen ze samen in een huurhuisje in de Nieuwe Doelenstraat. Daarna gaat het rap met Rembrandt. Dit is het moment dat hij echt opschaalt als kunstenaar. Ik denk dat dat precies die periode is waarin Rembrandt zijn eerste grote portretten maakt. Ook 'De anatomische les' schildert hij dan. Hij krijgt een aantal grote portrettenopdrachten. Hij maakt ook een aantal schilderingen waarin Saskia zelf een rol speelt, meestal als een soort van tronie, als figuur die ingezet wordt. Dat is het moment dat hij echt de markt verovert in Amsterdam en de meest geliefde en succesvolle portretschilder wordt.
00:13:41
Annechien Steenhuizen: Saskia is Rembrandts favoriete model. Hij gebruikt haar gezicht in geschilderde portretten. Ook in zijn tekeningen en etsen komt zij vaak voor. De liefde tussen de twee jonge tortelduiven is overduidelijk aanwezig in het werk dat Rembrandt in die periode maakt. Erik Hinterding is conservator bij het Rijksmuseum. Hem schiet gelijk een specifiek werk te binnen dat het ultieme voorbeeld is van hun liefde.
00:14:07
Erik Hinterding: Een fantastisch tekeningetje op perkament dat hij heeft zitten maken een paar dagen nadat ze getrouwd zijn. Dan zit hij haar te tekenen. Zij heeft een zomerhoed op. Je ziet aan het hele tekeningetje dat ze ontzettend verliefd op elkaar zijn. Dat is waarschijnlijk een van de mooiste tekeningen van Rembrandt die hij gemaakt heeft, in ieder geval van Saskia. De liefde en het in elkaar opgaan spatten ervanaf. Zij zit een beetje zo te kijken, maar op zo'n manier dat je denkt: jullie vonden elkaar verschrikkelijk leuk. Dat zie je.
00:14:37
Annechien Steenhuizen: Hij was stapel op haar.
00:14:37
Erik Hinterding: Exact. Echo's daarvan vind je in de etsen. Vooral die schetsbladen, waarin hij eindeloos opnieuw letterlijk in de paar jaar daarna Saskia tekent in allerlei rollen, met allerlei hoofddeksels enzovoort. Iedere keer weer Saskia. Ook daaruit blijkt al dat het een goed huwelijk was en ze dol op elkaar waren.
00:14:59
Annechien Steenhuizen: En muze?
00:15:02
Erik Hinterding: Dat moet haast wel.
00:15:09
Annechien Steenhuizen: Het is niet alleen maar voorspoed. Van de vier kinderen die Rembrandt en Saskia krijgen, bereikt alleen het vierde kind, zoon Titus, de volwassen leeftijd. De andere drie sterven al binnen enkele weken of maanden. Terug naar Pieter.
00:15:23
Pieter Roelofs: Je ziet ook het vroege en jonge leed. Kinderen die geboren worden, maar ook heel jong weer overlijden, iets dat veel voorkwam in de Nederlanden in de 17de eeuw. Er was hoge kindersterfte. Dat zal absoluut een wissel getrokken hebben op die twee en op die hele jonge relatie.
00:15:41
Annechien Steenhuizen: In materieel opzicht heeft Rembrandt wél de wind mee. Hij koopt een chique en enorme stadsvilla aan de Amsterdamse Sint Antoniesbreestraat, wat nu de Jodenbreestraat is.
00:15:51
Pieter Roelofs: Het is bijna onvoorstelbaar dat een kunstenaar zich zo'n groot en rijk en kostbaar huis kan veroorloven.
00:15:58
Annechien Steenhuizen: Kun je ons even door het huis meenemen?
00:16:01
Pieter Roelofs: Die benedenverdieping is de verdieping waar je binnenkwam, waar het zo'n beetje de beste ruimte was, waar ook indruk werd gemaakt met werken die Rembrandt zelf had gemaakt, maar ook werken van andere kunstenaars. Rembrandt verzamelt veel. Hij heeft ook toegang tot kunst en collecties van belangrijke schilders op dat moment in tijd. Hij verzamelt alles wat los en vast zit. Dat blijft hij gedurende zijn hele leven doen. Hij komt uit de bronnen naar voren als een bijzonder nieuwsgierige figuur die openstaat voor vernieuwingen, voor nieuwe producten die op de markt komen in Amsterdam. Je krijgt bijna het gevoel dat hij aan de haven staat te wachten totdat de VOC-schepen weer binnenkomen met de meest excentrieke en exotische voorwerpen, van porselein uit China tot schelpen uit de Grote Oceaan.
00:16:54
Annechien Steenhuizen: Tegenover de kunstkamer staat zijn atelier, aan de voorzijde van het huis, met noorderlicht.
00:17:00
Pieter Roelofs: Dat is de plek waarvan we uitgaan dat daar zijn meeste werken tot stand zijn gekomen, met uitzondering van de hele grote werken. Het kan zijn dat die op de binnenplaats beneden gemaakt zijn.
00:17:12
Annechien Steenhuizen: Zoals 'De Nachtwacht'.
00:17:13
Pieter Roelofs: Zoals 'De Nachtwacht' bijvoorbeeld. Als je nóg verder naar boven ging, wat de zolderverdieping is, waren daar al heel snel ook jonge leerlingen actief. Zij gingen bijna onderdeel uitmaken van de firma Rembrandt, want Rembrandt werd al redelijk snel ook een bedrijf.
00:17:30
Annechien Steenhuizen: Rembrandt schildert portret na portret en lijkt met Saskia de liefde van zijn leven te hebben gevonden. Het geld stroomt binnen. Ze zijn zo rijk dat ze een huis met meerdere verdiepingen kunnen kopen. Een huis dat zo groot is dat hij er zelf riant kan wonen én een succesvolle kunsthandel kan opbouwen, waar hij leerlingen kan opleiden. Dan krijgt hij ook nog eens de opdracht van zijn leven, een opdracht voor een groepsportret van de schutters van de stad Amsterdam. Een droomopdracht. Het geluk kan niet op, toch? In de volgende aflevering:
00:18:05
Jaap Godrie: Rembrandt is - vind ik - vooral een genie omdat hij in staat was om met de traditie te breken, om mensen in zijn tijd een nieuw verhaal te bieden en zelfs mensen op een nieuwe manier naar zichzelf kan laten kijken. Dat doet hij met 'De Nachtwacht'.
00:18:21
Annechien Steenhuizen: Luister naar aflevering drie van de Rembrandt-podcast, waarin je meer te weten komt over het belangrijkste schilderij uit het oeuvre van Rembrandt en het noodlot dat hem in diezelfde periode treft. Dit is 'In het Rijks' met de Rembrandt-podcast. Mijn naam is Annechien Steenhuizen. Vind jij ook dat andere mensen deze podcast moeten horen? Laat dan een review achter. Dat helpt de luisteraars ons makkelijker te vinden.