In het Rijksmuseum

Afl. 1/4 Rembrandt: De Molenaarszoon

Episode Summary

Afl. 1/4: Rembrandt. De naam en reputatie van Rembrandt is 350 jaar na zijn overlijden nog altijd springlevend. Hoe kan dat? Annechien Steenhuizen gaat op onderzoek uit, samen met experts van het Rijksmuseum. De podcastserie in het Rijksmuseum is powered by ING.

Episode Notes

Het verhaal begint in Leiden, waar Rembrandt in 1606 wordt geboren in een molenaarsgezin. Anders dan zijn broers en zussen krijgt Rembrandt de kans om naar school te gaan. Daar komt zijn grote tekentalent aan het licht. Hij gaat in de leer bij de Leidse schilder Jacob van Swanenburg. Rembrandt ontwikkelt zich razendsnel. Na een korte periode bij een tweede leermeester begint hij zijn eigen atelier. En daarmee ligt de weg naar roem en succes open.

‘De Rembrandt Podcast’ is een vierdelige serie van ‘In het Rijks’, gemaakt door het Rijksmuseum. Annechien Steenhuizen reconstrueert het levensverhaal van Rembrandt van Rijn samen met Jaap Godrie, Erik Hinterding, Pieter Roelofs en Susan Smelt – allen verbonden aan het Rijksmuseum. Meer informatie vind je op rijksmuseum.nl/podcast.

 

De podcastserie in het Rijksmuseum is powered by ING.

Episode Transcription

00:00:03
Pieter Roelofs: Rembrandt maakt echt coherente verhalen en dat doet hij heel krachtig. Als je door een 21-eeuwse bril kijkt, is hij al in de 17e eeuw een soort filmmaker. Hoe hij de kadering maakt van zijn voorstellingen. Het is altijd met spanning. Er zit altijd interactie en beweging tussen de figuren. Hij weet kleur en licht in te zetten op een manier die altijd zorgt voor dynamiek.

00:00:30
Annechien Steenhuizen: Hij is de grootste schilder die ooit in Nederland heeft geleefd. Een kunstenaar die zijn vakbroeders tot op de dag van vandaag inspireert. Zijn werken wisselen voor tientallen, soms zelfs honderden miljoenen van eigenaar. Hij is de enige Nederlandse kunstenaar die iedere Nederlander kent bij zijn voornaam: Rembrandt. Al 350 jaar geleden overleden, maar zijn naam en reputatie zijn nog steeds springlevend. Hoe kan dat? Wat maakt hem zo uitzonderlijk dat hij nog altijd een van de beroemdste kunstenaars ter wereld is? Dit is 'In het Rijks' met de Rembrandt-podcast. In vier afleveringen ga ik op zoek naar de magie van Rembrandt, samen met experts van het Rijksmuseum. Ik ben Annechien Steenhuizen.

00:01:26
Annechien Steenhuizen: Om te snappen wat Rembrandt zo bijzonder maakt, moeten we terug naar het begin, 1606 om precies te zijn, het jaar dat Rembrandt Harmenszoon van Rijn wordt geboren in Leiden.

00:01:37
Pieter Roelofs: Het is heel mooi om daaraan terug te denken.

00:01:40
Annechien Steenhuizen: Dit is Pieter Roelofs. Hij werkt bij het Rijksmuseum als conservator en weet alles over Rembrandt.

00:01:46
Pieter Roelofs: Het was een molenaarsgezin. Zijn vader was een succesvol molenaar. Zijn moeder kwam uit een rijk bakkersgeslacht. Het was een familie die redelijk vermogend was. Je ziet dat al die kinderen in de ambachten worden gestuurd. Ze worden molenaarsleerling of sjouwer of noem het op. Maar Rembrandt, als negende en zoveelste jongetje, krijgt de kans om zich in een andere richting te ontwikkelen.

00:02:12
Annechien Steenhuizen: Waarom denk je dat dat is?

00:02:14
Pieter Roelofs: Ik denk dat enerzijds de toekomst van de ouders was veiliggesteld. Er waren jongens met een gedegen ambacht, een gedegen vak. Die konden zorgen dat het goed ging met het bedrijf, de voortzetting van het bedrijf en ook het inkomen. Aan de andere kant zie je Rembrandt als jonge jongen. Ik denk dat enerzijds de ouders talent hebben gezien bij hem. Maar aan de andere kant, als je naar hem kijkt, zeker naar zijn vroege verbeeldingen, is het een fragiel mannetje. Misschien was hij helemaal niet geschikt voor het zware ambacht en zijn ze op zoek gegaan naar iets wat Rembrandt wel kan.

00:02:51
Annechien Steenhuizen: Zijn ouders sturen hem naar de Latijnse school, een plek waar jongens uit de hogere en middenklasse worden voorbereid op de universiteit.

00:02:59
Pieter Roelofs: Daar komt hij al vroeg in aanraking met een leraar die kalligrafie aan hem onderwijst, maar ook schilder- en tekenles. Daar wordt, denk ik, het eerste zaadje geplant en het eerste talent onderkend. Dan is hij ongeveer een jaar of tien. Blijkbaar zit er een breed talent, dus ook de mogelijkheid om een studie te volgen. In die periode doen veel ouders dat met hun kinderen. Op vrij jonge leeftijd worden ze ingeschreven.

00:03:32
Annechien Steenhuizen: Zijn ouders schrijven Rembrandt in aan de universiteit in Leiden, maar Rembrandt heeft andere plannen. De schoolbanken zijn niets voor hem. Hij wil schilder worden. Om zo'n soort ambacht te leren in die tijd, ga je in de leer bij een leermeester. Rembrandt komt terecht bij een schilder in Leiden, Jacob van Swanenburg.

00:03:51
Pieter Roelofs: Als we terugblikken, is dat heel opmerkelijk. Die Van Swanenburg is een kunstenaar die niet heel veel betekend heeft. Hij was iemand die in Italië had gewerkt en kennis had van de Italiaanse schilderkunst. Hij kon ook de klassieke traditie aan jongens als Rembrandt overdragen. Het is een kunstenaar die landschappen maakte, maar ook hellescènes. Dat zijn de meest getormenteerde voorstellingen die je kunt bedenken, met veel grotten en vuur en drama. Dus niets van wat Rembrandt later laat zien en ook niet van dat niveau. Het is wel iemand die ook werkt met licht en donker bijvoorbeeld, daarmee speelt en met drama in zijn composities. Dus je kunt je voorstellen dat die piepjonge Rembrandt in dat atelier rondloopt en die hellescènes ziet van zijn meester, en daar zijn eerste inspiratie opdoet.

00:04:41
Annechien Steenhuizen: Rembrandt is drie jaar in de leer bij Van Swanenburg. Van hem leert hij de kneepjes van het vak. Hoe zou zo'n dag eruit hebben gezien?

00:04:49
Pieter Roelofs: Ik denk dat het hard aanpoten was, zeker voor die jonge kunstenaars, leerlingen, in zo'n atelier. Hij hielp met het schoonhouden van het atelier en het voorbereiden van de pigmenten. Het aandragen van alle materialen die de meester nodig had. Daardoor had hij de kans om vanaf de basis mee te kijken in het werk en de loopbaan van zo'n kunstenaar. Langzaamaan, hoe ouder een leerling wordt, hoe meer verantwoordelijkheid en scholing ze kregen. Dat kon zijn het tekenen naar prentenvoorbeelden of naar andere tekeningen. Vervolgens het werken naar beelden of gipsmodellen, het meer driedimensionale. Uiteindelijk als het hoogst bereikbare, het tekenen en schilderen naar naaktmodellen.

00:05:42
Annechien Steenhuizen: Het eerste deel van zijn tijd bij Van Swanenburg was Rembrandt dus waarschijnlijk vooral bezig met heel praktische zaken, zoals het maken van verf. Kennis waar hij zijn leven lang profijt van heeft en die hij later ook weer aan zijn eigen leerlingen doorgeeft. Wat is nu precies zo ingewikkeld aan het maken van verf?

00:06:00
Susan Smelt: Die pigmenten hebben allerlei verschillende oorsprongen. Soms is het een steen die fijngemalen wordt en dan gezuiverd moet worden, zodat je de perfecte kleur krijgt.

00:06:08
Annechien Steenhuizen: Dit is Susan Smelt. Zij werkt in het restauratieatelier van het Rijksmuseum en zit regelmatig letterlijk met haar neus bovenop het werk van Rembrandt.

00:06:18
Susan Smelt: Een ander pigment, smalt bijvoorbeeld, was voor Rembrandt een heel belangrijk pigment in zijn late jaren. Het is een blauw glas. Dat werd op een bepaalde manier aangeleverd. Met dat smalt was het heel belangrijk hoe grof of hoe fijn het was. Als je dat te fijn maalde, had het geen kleur meer en was het heel grauw geworden. Dus dat wrijven van die verf kwam heel nauw. Je had je pigmenten in verschillende schakeringen en ook in verschillende zuiverheden. Zo'n hoopje pigment mengden ze samen met een bindmiddel, in het geval van Rembrandt met olie.

00:06:53
Annechien Steenhuizen: Lijnzaadolie.

00:06:54
Susan Smelt: Lijnzaadolie, inderdaad een drogende olie, want je verf moet droog worden. Dat mengden ze met elkaar in de juiste verhouding en met een zware loper werd de verf gewreven.

00:07:06
Annechien Steenhuizen: Met een dikke steen bijvoorbeeld?

00:07:08
Susan Smelt: Met een dikke steen, een beetje ouderwets. Je deed dat op een stenen of glazen plaat. Je had een glazen loper, een beetje zoals een vijzel die je in de keuken gebruikt, maar dan met een platte onderkant. Daarmee kan je die verf wrijven en zorgen dat het mooi met elkaar gemengd is. Je kan ook bepalen hoe dik of vloeibaar je de verf wil.

00:07:30
Annechien Steenhuizen: Na drie jaar leerlingschap bij Van Swanenburg heeft Rembrandt veel geleerd. Het is 1624 en Rembrandt is op zoek naar een nieuwe leermeester. Die vindt hij in de hoofdstad van de Republiek Amsterdam. Hij heet Pieter Lastman.

00:07:45
Pieter Roelofs: Lastman is de grootste historische schilder die we op dat moment kennen in Amsterdam, met een goede en enorme reputatie. Hij heeft in Italië gewerkt. Hij kent het werk van de grote Italiaanse renaissancekunstenaars.

00:07:58
Annechien Steenhuizen: Rembrandt wil graag historisch schilder worden. Een van de moeilijkste disciplines binnen het schildersvak, omdat je er namelijk alles voor moet kunnen, portretten, landschappen, stillevens. Op een overtuigende manier moet je als schilder ingewikkelde bijbelse en mythologische scènes op het doek kunnen zetten. Niet voor niets heeft een historisch schilder in die tijd veel aanzien. Lastman is zo iemand en dat verklaart Rembrandts keuze voor hem, zo legt Jaap Godrie uit. Hij is kunstenaar en ontwerper en geeft voor het Rijksmuseum kunstlessen.

00:08:32
Jaap Godrie: Daar heeft hij geleerd hoe je hele complexe verhalen met veel figuren in een landschap kunt samenbrengen en vertellen. Dat is heel moeilijk en wordt in zijn tijd gezien als de hoogste vorm van schilderkunst. Lastman heeft een schilderstijl die geïnspireerd is op de Italianen, op Rafaël, op de grote meesters uit Italië. Hij is ook in Italië geweest. Daar hoort heel veel kleur bij. Rembrandt neemt dat in eerste instantie over. Als je naar vroege werken van Rembrandt tijdens zijn periode bij Lastman en net daarna kijkt, zie je dat veel verschillende kleuren gebruikt worden.

00:09:11
Annechien Steenhuizen: Na de korte periode bij Lastman kan het echte werk beginnen. Rembrandt is klaar om als zelfstandig kunstenaar aan de slag te gaan. Dat doet hij in Leiden. Hij blijft niet in Amsterdam, maar gaat terug naar Leiden en begint zijn eigen atelier. Hoe ziet dat eruit?

00:09:26
Pieter Roelofs: Dat atelier van Rembrandt is vermoedelijk in de ouderlijke woning gesitueerd. Een heel klein huisje waar Rembrandt op kleine paneeltjes gaat schilderen. Dat is opmerkelijk als je bedenkt hoe hij zich later ontwikkelt met die enorme grote doeken. Het begint op klein formaat. Maar die kleine voorstellingen hebben een gigantische zeggingskracht. Je ziet hem in die hele kleine werken al de meest fantastische kleine vertellingen opzetten.

00:09:54
Annechien Steenhuizen: Rembrandt was al gelijk vrij succesvol. In Leiden weet hij in korte tijd een flinke klantenkring op te bouwen. Dat heeft alles te maken met het gilde waar hij lid van was.

00:10:04
Pieter Roelofs: Je moest als kunstenaar ingeschreven staan bij een gilde om lokaal schilderijen te verkopen. Zeker een stad als Leiden, die een deel van het succes te danken had aan immigranten, vond dat er te veel schilderijen van buiten werden aangevoerd die de markt overnamen en verzadigden. Anders dan in veel andere steden is het gilde in Leiden pas relatief laat tot stand gekomen. Maar daarmee wisten lokale schilders ook hun eigen markt veilig te stellen. In die omgeving ontwikkelt die jonge Rembrandt zich en komt tot de historieschilderkunst die geliefd was in Leiden in die periode. Het is opmerkelijk dat veel van die schilderijen die we uit die periode uit Leiden kennen, toch op redelijk klein formaat geschilderd zijn.

00:10:52
Annechien Steenhuizen: In Leiden raakte hij bevriend met Jan Lievens. Net als Rembrandt zal ook hij uitgroeien tot een van de grote meesters van de 17e eeuw. Het is een bijzondere vriendschap. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het een vriendschap is die bepalend is voor hoe Rembrandt zich ontwikkelt als schilder.

00:11:09
Pieter Roelofs: Lievens en Rembrandt komen elkaar al heel jong tegen. Lievens is de kindster, de jongen die op achtjarige leeftijd al een eerste atelier binnenstapt. Als je zijn schilderijen ziet die hij als tiener maakt, is het een ongelooflijk getalenteerde jongen. Rembrandt op dat moment nog niet. Rembrandt moet echt werken om tot niveau te komen en bij Lievens zit het er al in het begin in. Waar Lievens ook een soort artistieke kameleon is, hij waait met alle winden mee door zijn hele loopbaan, zie je dat Rembrandt veel consistenter is in wat hij doet. Als hij iets vastpakt, bouwt hij het helemaal uit tot op de draad als het ware, en gaat dan pas weer verder. Het moment dat Lievens en Rembrandt elkaar als jonge tieners ontmoeten, is het moment dat ze elkaar onmiddellijk beter gaan maken. Er komt een soort competitie, zoals je soms ook ziet in goede voetbalteams. Zet twee goede sterren naast elkaar en je ziet dat het hele team beter wordt.

00:12:10
Pieter Roelofs: Dat gebeurt hier ook. Dus ik durf te zeggen dat Rembrandt zich niet zo snel ontwikkeld had als hij Lievens niet was tegengekomen. Er is een onderlinge competitie die beiden heel snel naar een hoger niveau brengt. Rembrandt is vanaf het begin tegendraads, want Rembrandt doet alleen waarvan hij denkt dat het goed is. Dat betekent dat hij misschien een net iets langere aanloop nodig heeft. Maar op het moment dat hij gearriveerd is, is hij ook echt gearriveerd, en de beste die je in de stad tegenkomt.

00:12:41
Annechien Steenhuizen: Die genialiteit van Rembrandt als schilder, dat hij dingen doet die werkelijk niemand anders doet op dat moment. Een goed voorbeeld daarvan is het zelfportret dat hij maakt in 1628. Hij is dan 22 jaar.

00:12:54
Jaap Godrie: Als je naar het vroege zelfportret kijkt van de jonge Rembrandt, zijn er twee hele opvallende dingen te zien. Het eerste is het licht-donkercontrast. Het is opvallend dat hij zijn gezicht in de schaduw plaatst. Het tweede is de manier waarop hij de verf gebruikt. Hij heeft zich allerlei experimentele technieken eigen gemaakt om te kunnen zeggen wat hij wil zeggen. Eén daarvan is het krassen in de verf.

00:13:16
Annechien Steenhuizen: De krullen.

00:13:18
Jaap Godrie: Je moet wat als je zo'n indrukwekkende krullenbos hebt en je schildert jezelf. Dat verplicht om allerlei technieken uit te vinden om dat over te brengen op ons. Het grappige is dat hij op allerlei manieren de verf zelf gaat bewerken. Als je aan een schilder denkt, dan denk je aan een penseel en een palet met verf erop. Maar sommige objecten vragen om een andere aanpak. Het is heel erg moeilijk om met een fijn penseel een overtuigende krul te schilderen. Je moet je voorstellen dat je met een penseel één haar dat rondkrult in één mooie beweging probeert te schilderen. Dat is gek genoeg bijna niet te doen. Als schilder wil je dat vermijden. Hoe kun je dat doen? Door het te tekenen. Rembrandt heeft dat niet zelf bedacht. Dat deden meer schilders. Hij heeft dat waarschijnlijk bij Jan Lievens gezien.

00:14:09
Jaap Godrie: Die begint te krassen in de verf. Misschien heeft hij dat met de achterkant van het penseel gedaan. Je denkt dat het makkelijk is om te krassen. Maar iets wat heel spontaan lijkt, moet je heel goed voorbereiden. Als je kijkt naar dat zelfportret, dan zie je bruin haar en een grijze achtergrond. Maar Rembrandt werkte op een beetje bruine ondergrond. Dus als hij ging schilderen, moest hij eerst een aantal lagen aanbrengen, in dit geval op een paneel, een stuk hout om daarop te kunnen schilderen. Hij begon nooit op wit. Tegenwoordig denk je aan een wit vel of wil doek als je begint. Maar dat is iets vanaf de 18e eeuw. In de 17e eeuw werd veel op een grijzige of bruinige ondergrond geschilderd. Dat heeft een aantal voordelen.

00:14:50
Jaap Godrie: Een van die voordelen zie je in dit schilderij, want die gekraste krullen zijn ook bruin. Maar dat betekent dat Rembrandt, toen hij de ondergrond schilderde, al rekening moest houden met de donkerte van de krullen die eronder vandaan komt en de kleur. En hij moest het heel goed timen. Als je die grijze achtergrond aanbrengt en die is te veel gedroogd wanneer je gaat krassen, krijg je die ondergrond niet meer te zien. Hij moest het schilderproces, de lagen die hij schilderde, zo timen dat hij precies op het juiste moment die krul eruit kon halen.

00:15:21
Annechien Steenhuizen: Die krullen zijn niet het enige wat bijzonder is aan dit zelfportret.

00:15:25
Pieter Roelofs: Opvallend is dat bij portretschilderkunst de ogen meestal worden genomen als de drager van de ziel. Aan de ogen lees je wat er gaande is in het hoofd van iemand. Wat doet Rembrandt? Hij zet die ogen in de schaduw. Dus hij maakt ze secundair in de voorstelling. Het enige licht dat we zien, heel dramatisch als een soort spotlight, hangt op de wang, op een oorlel en net op de neus. Het is bijna alsof de spot verkeerd geplaatst is, iets naar beneden is gezakt. Dat doet niemand. Dat innovatieve en experimentele, dat we zo vroeg al bij Rembrandt zien, maakt hem een soort blindganger. Iemand die een weg inslaat waarvan anderen niet eens wisten dat die überhaupt bestond.

00:16:11
Annechien Steenhuizen: Of het niet zouden durven misschien?

00:16:13
Pieter Roelofs: Nee, dat zeker.

00:16:21
Annechien Steenhuizen: Rembrandt heeft een goed gevulde opdrachtenportefeuille. De zaken gaan hem voor de wind. Dan gebeurt er iets waardoor zijn carrière in een stroomversnelling raakt. Hij krijgt bezoek van Constantijn Huygens, de secretaris van Frederik Hendrik. En hij is weer de Prins van Oranje en stadhouder van de Republiek. Huygens is een soort kunstscout. Hij is op zoek naar getalenteerde kunstenaars die kunnen werken voor Frederik Hendrik. Een erebaan die alleen is weggelegd voor de allerbesten.

00:16:52
Pieter Roelofs: Er zijn drie kunstenaars die Huygens op dat moment noemt. Dat zijn Jan Lievens, Johannes Torrentius en Rembrandt. Het opvallende is dat we van Torrentius vandaag de dag nog maar één schilderij kennen. Die is een beetje weggezakt in de krochten van de geschiedenis. Lievens en Rembrandt zijn door de jaren heen steeds meer gewaardeerd geraakt en behoren nu tot de grootste kunstenaars die we kennen uit de Republiek.

00:17:18
Annechien Steenhuizen: Huygens is onder de indruk van de twee schilders. Wat belangrijk is voor de twee jonge meesters in spé: Huygens heeft connecties. Hij is vooral vol lof over de jonge Rembrandt, volgens Huygens het ware talent. Huygens introduceert Rembrandt bij de hoogste kringen van de Republiek der Nederlanden. Het is voor Rembrandt duidelijk dat hij te groot is geworden voor Leiden. Amsterdam lonkt, hier bloeit de kunsthandel. Het geld stroomt er binnen en de nieuwe, rijke klasse wil zichzelf dolgraag laten vereeuwigen. Rembrandt ziet zijn kans schoon. Hij laat zijn atelier in Leiden achter zich en begint aan een nieuw hoofdstuk in zijn carrière. Rembrandt vertrekt naar de hoofdstad van de Republiek.

00:18:00
Annechien Steenhuizen: In de volgende aflevering...

00:18:03
Erik Hinterding: Uit 1633 bestaat een fantastisch tekeningetje op perkament dat hij heeft gemaakt een paar dagen nadat ze getrouwd zijn. Hij zit haar te tekenen en zij heeft een zomerhoed op. Je ziet aan het hele tekeningetje dat ze ontzettend verliefd op elkaar zijn.

00:18:21
Annechien Steenhuizen: Rembrandts roem stijgt tot grote hoogten. Hij verdient geld, heel veel geld. En hij wordt verliefd. Dit is 'In het Rijks' met de Rembrandt-podcast. Mijn naam is Annechien Steenhuizen. Vind jij ook dat andere mensen deze podcast moeten horen? Laat dan een review achter. Dat helpt de luisteraars ons makkelijker te vinden.